Vermogensadvies 2026: box 3 en rente
Box 3 verandert in 2026 op punten die directe gevolgen hebben voor uw spaargeld, beleggingen en schulden. Het forfaitair rendement blijft leidend onder de Overbruggingswet, terwijl de renteontwikkeling vooral merkbaar is in de verhouding tussen spaargeld en beleggingen en in de aftrek voor schulden. Hieronder leest u wat er wijzigt, welke forfaits indicatief gelden en hoe u uw vermogensstructuur tijdig en fiscaal verstandig kunt inrichten.
Box 3 in 2026 in het kort
De kern voor 2026: het forfaitair rendement per vermogenscategorie blijft het uitgangspunt en de vrijstelling blijft op peil. Eerder aangekondigde verzwaringen zijn teruggedraaid. In 2026 mag u daarnaast gebruikmaken van de tegenbewijsregeling als uw werkelijke rendement lager is dan het forfait. Houd er rekening mee dat voorlopige aanslagen vaak met voorlopige forfaits werken en dat de definitieve percentages later worden vastgesteld. Het nieuwe stelsel op basis van werkelijk rendement is voorzien voor een later jaar; tot die tijd geldt de Overbruggingswet met forfaits per categorie. Wilt u de basisregels en vrijstellingen nog eens doornemen? Lees hoe Box 3 voor beleggers werkt.
Forfaitaire rendementen en rente in 2026
Voor 2026 gelden indicatieve forfaits die dicht bij het gemiddelde werkelijke rendement/rente liggen. Deze percentages worden jaarlijks definitief vastgesteld. De impact van rente ziet u vooral terug in de categorie spaargeld en in het negatieve rendement dat aan schulden wordt toegerekend. Let bij (voorlopige) aanslagen ook op de belastingrente.
| Vermogenscategorie | Indicatief forfaitair rendement 2026 | Wat valt hieronder |
|---|---|---|
| Banktegoeden | 1,28% | Spaar- en betaalrekeningen, deposito’s, termijndeposito’s |
| Overige bezittingen | 6,00% | Aandelen, beleggingsfondsen, onroerend goed in box 3, crypto, vorderingen |
| Schulden | -2,70% | Leningen die tot box 3 behoren, zoals consumptieve leningen en beleggingsleningen |
Let op het onderscheid tussen rentestanden en de box 3-systematiek: bij de forfaitaire methode telt niet uw werkelijk ontvangen rente of betaalde rente, maar het forfaitair rendement per categorie. Alleen via de tegenbewijsregeling kan het werkelijke rendement bepalend zijn.
Werkelijk rendement vs. fictief rendement
Uw voorlopige aanslag 2026 is doorgaans gebaseerd op forfaits en uw vermogensmix op 1 januari. Als uw werkelijke rendement lager uitvalt dan het forfait (bijvoorbeeld door lage spaarrente of koersdalingen), kunt u onder voorwaarden kiezen voor heffing naar werkelijk rendement. Dit vraagt om consistente onderbouwing van opbrengsten, kosten en waarderingen per categorie. Is uw werkelijke rendement hoger dan het forfait, dan blijft het forfaitair stelsel vaak gunstiger.
Heffingsvrij vermogen en partners
Het heffingsvrij vermogen blijft in 2026 op niveau. Dit bedrag is €59.357 per persoon. Met een fiscale partner komt dit gezamenlijk neer op €118.714. U verlaagt hiermee de grondslag sparen en beleggen na het bepalen van de rendementsgrondslag. De verdeling tussen partners kunt u optimaliseren in uw aangifte. Dit is vaak een effectieve eerste stap om de uiteindelijke box 3-heffing te beperken, zeker bij een mix van spaargeld, beleggingen en schulden.
Rekenvoorbeeld: spaargeld, beleggingen, 2e woning en schuld
U hebt de volgende bezittingen en schulden:
€ 150.000 aan spaargeld
beleggingen met een waarde van € 75.000
een 2e woning in Nederland met een WOZ-waarde van € 200.000
een schuld voor de 2e woning van € 100.000
Stap 1: bereken het belastbaar rendement
Banktegoeden: € 150.000 × 1,28% = € 1.920
Beleggingen en andere bezittingen: € 75.000 + € 200.000 = € 275.000 × 6,00% = € 16.500
Van de schuld moet u eerst de drempel aftrekken. De drempel is € 3.800 per persoon.
De aftrekbare schuld: € 100.000 - € 3.800 = € 96.200
Het rendement op de aftrekbare schulden: € 96.200 × 2,70% = € 2.597
Het belastbaar rendement is € 1.920 + € 16.500 - € 2.597 = € 15.823.
Stap 2: bereken uw rendementsgrondslag
Bezittingen: € 150.000 + € 75.000 + € 200.000 = € 425.000
Aftrekbare schulden: € 96.200
Rendementsgrondslag: € 425.000 - € 96.200 = € 328.800
Stap 3: bereken de grondslag sparen en beleggen
Van de rendementsgrondslag (uitkomst stap 2) trekt u het heffingsvrij vermogen af. Dat is de grondslag sparen en beleggen.
Het heffingsvrij vermogen is in 2026 € 59.357 per persoon.
Grondslag sparen en beleggen: € 328.800 - € 59.357 = € 269.443
Stap 4: bereken uw aandeel in de rendementsgrondslag
Deel uw grondslag sparen en beleggen (uitkomst stap 3) door de rendementsgrondslag (uitkomst stap 2). En vermenigvuldig de uitkomst met 100. Rond af op 2 decimalen achter de komma.
€ 269.443 ÷ € 328.800 × 100 = 81,94%
Stap 5: bereken uw voordeel uit sparen en beleggen
Het voordeel uit sparen en beleggen is het belastbaar rendement (uitkomst stap 1) vermenigvuldigd met het percentage in uw aandeel in de rendementsgrondslag (uitkomst stap 4)
Voordeel uit sparen en beleggen: € 15.823 × 81,94% = € 12.965
Stap 6: bereken hoeveel belasting u moet betalen in box 3
Vermenigvuldig het belastingtarief voor box 3 in 2026 (36%) met het voordeel uit sparen en beleggen (uitkomst stap 5).
36% × € 12.965 = € 4.667 belasting
Twijfelt u of het werkelijke rendement lager is dan dit forfaitaire resultaat, dan kan de tegenbewijsregeling uitkomst bieden.
Peildatumarbitrage: kansen en valkuilen rond 1 januari
Schuiven met vermogen rond de peildatum 1 januari lijkt aantrekkelijk, bijvoorbeeld door tijdelijk beleggingen te verkopen of een lening op te nemen om meer spaargeld te tonen. Let op de anti-arbitragebepalingen: transacties die hoofdzakelijk fiscaal gemotiveerd zijn en plaatsvinden in de arbitrageperiode (1 oktober tot en met 31 maart) kunnen door de Belastingdienst worden genegeerd. In dat geval wordt gerekend alsof de omzetting niet heeft plaatsgevonden en betaalt u alsnog volgens uw oorspronkelijke vermogensmix.
Voor uw vermogensadvies betekent dit: laat zakelijke motieven en timing leidend zijn, documenteer beslissingen en vermijd kortstondige verschuivingen zonder economische reden. De Belastingdienst kan vragen om toelichting en bewijs. Heeft u reeds verschoven en twijfelt u over de kwalificatie, dan is het verstandig dit in uw aangifte te onderbouwen of vooraf te laten beoordelen.
Praktische strategieën voor 2026
Optimaliseer uw mix: overweeg de verhouding spaargeld - beleggingen - schulden met oog op de forfaits en uw risicoprofiel.
Schulden in box 3: de betaalde rente telt bij de forfaitaire methode niet rechtstreeks mee, maar het negatieve forfait wel. Herfinancieren kan zinvol zijn, mits economisch onderbouwd.
Partnerverdeling: benut het gezamenlijke heffingsvrije vermogen zo efficiënt mogelijk via slimme verdeling.
Groen en impact: fiscaal voordeel op groen beleggen wordt afgebouwd richting 2028. Beoordeel de netto rendement-risicobalans en het tijdpad.
Vastgoed in box 3: let op waardering, huur en regelgeving. Documenteer aannames en kasstromen, zeker als u werkelijke rendementen wilt onderbouwen.
Rapportage en bewijs: zorg voor sluitende administratie van opbrengsten, kosten en waarden per 1 januari. Dit versnelt bezwaar of tegenbewijs.
Meer overzicht en timing? Bekijk onze uitleg over fiscale vermogensplanning.
Veelgestelde vragen over box 3 2026 en rente
Wat is het forfaitaire rendement voor box 3 in 2026 voor spaargeld?
Indicatief 1,28% voor banktegoeden. Dit percentage sluit aan bij de gemiddelde spaarrente uit het voorafgaande jaar en wordt jaarlijks definitief vastgesteld. Uw voorlopige aanslag kan hiervan uitgaan; definitieve aanslagen volgen de vastgestelde percentages.
Wat is het fictieve rendement voor box 3 in 2025 en 2026?
In 2026 gelden indicatief 1,28% voor spaargeld, 6,00% voor overige bezittingen en -2,70% voor schulden. Voor 2025 geldt dezelfde methode met jaarlijks vastgestelde percentages. Controleer altijd de definitieve cijfers van de Belastingdienst voor het betreffende jaar.
Wat zijn de veranderingen in box 3 voor 2026?
Belangrijke punten: het forfait voor overige bezittingen blijft rond 6,00% in plaats van de eerder voorgestelde verhoging, het heffingsvrije vermogen is €59.357 per persoon en de anti-peildatumregels worden strikt toegepast. De tegenbewijsregeling blijft een optie bij lager werkelijk rendement.
Hoeveel spaargeld mag u hebben in 2026?
Het gaat niet om een vaste spaargeldgrens, maar om de grondslag sparen en beleggen. U heeft €59.357 heffingsvrij vermogen per persoon. Spaargeld, beleggingen en schulden bepalen samen uw rendementsgrondslag; daarna vermindert de vrijstelling uw belastbare grondslag.
Persoonlijk vermogensadvies voor uw situatie
Wilt u uw box 3-positie voor 2026 optimaliseren en de impact van rente en vermogensmix goed onderbouwen? Evolf biedt integraal, onafhankelijk vermogensadvies voor ondernemers, particulieren en families. Samen met uw fiscalist, notaris en accountant zorgen wij voor een fiscaal en juridisch kloppend plan. Plan een kennismaking via evolf.nl en zet de volgende stap naar rust en resultaat.
